De heerlijkste kruidenrecepten

In beeld

kruiden Roos (Rosa)

kruiden Roos (Rosa)

kruiden Roos (Rosa)

kruiden Roos (Rosa)

Roos (Rosa)

Print Recept

Welke soorten rozen geuren lekker?

Rozen die heerlijk ruiken zijn de oude, niet te veel gemanipuleerde rozen. En als je die dan toch in je omgeving hebt staan kan je er veel meer mee doen dan alleen maar naar kijken.

Welke roos gebruik jij het meest?

Er zijn zoveel rozensoorten dat je niet meer weet waar je kop staat, als je ze allemaal van top tot teen wil bestuderen. Ik werk daarom graag met wilde rozen zoals de hondsroos (Rosa canina). Die komt in mijn omgeving het meest voor.
De eglantier (Rosa Rubiginosa) lijkt heel erg op de hondsroos. Je kan deze struik het best ontmaskeren door eens te wrijven op de groene blaadjes. Als er een groene appelgeur je reukorganen binnendringt weet je meteen aha, hier staat een eglantier.
Soms gebruik ik duinroosjes (Rosa pimpinellifolia).
Maar dan is er natuurlijk ook nog de Japanse rimpelroos (Rosa rugosa). Die bestaat in 't wijnrood of wit. Zowel de rozenblaadjes als de bottels vragen in het najaar gewoon heel beleefd aan de rozeninmaak te beginnen.

Ik vind rozengeur heerlijk in gezicht en handcrèmes. Niet de synthetische rozengeur, maar een eerlijk geur van geconcentreerde etherische olie. De geur blijft lang hangen en verwent je de hele dag.

Welke rozen kan ik waarvoor gebruiken?

Hondsroos (Rosa canina)
Ikzelf maak graag gebruik van de wilde roosjes. De hondsroos (Rosa canina) heet niet toevallig zo. Als je vroeger een beet van een dolle hond kreeg, dan behandelde de dokter je met deze roos. Ze komt veel voor in holle wegen. Je kan zowel de bloemblaadjes als de rozenbottels gebruiken om er jam of siroop van te maken.

Eglantier (Rosa rubiginosa)
Dit wild roosje lijkt erg op de hondsroos. Als je zijn groene blaadjes kneust, komt er een groene appelgeur vrij.

Japanse rimpelroos (Rosa rugosa)
Deze rozen zie je vaak naast drukke straten staan. Daar kan je ze natuurlijk niet plukken als je ze culinair wil gebruiken. Soms zijn ze wit en soms diep roze, tegen het donker rood aan.
In je tuin kan je ze natuurlijk ook een plek geven. Ze zijn decoratief maar soms een beetje moeilijk om te snoeien met al hun kleine stekels. Ook hier kan je de bloemblaadjes en in het najaar de bottels gebruiken.

“Apothekersroos” (Rosa gallica).
Die gebruikten ze vroeger om allerlei kwalen mee te verhelpen. Tinctuur van deze Franse roos hielp onder andere om keelpijn te genezen.
Deze roos is één van de oudste rozen die we kennen. Ze is winterhard en krijgt veel uitlopers.
Je komt ze ook tegen onder de naam Red rose of Lancaster, omdat ze het embleem was van de koninklijke Lancaster-familie en tijdens de rozenoorlog een belangrijke rol speelde. Die oude rozensoorten hebben vaak verschillende namen en dat maakt het niet makkelijker.

En hoe zat dat dan vroeger?

Onze voorouders gebruikten allerlei soorten rozen om van alles te fabriceren:

Muskusroos (Rosa Moschata)
John Gerard schrijft in zijn Herbal, or General History of plants (1633):
‘De blaadjes van de muskusroos, gegeten in de ochtend als salade, met olie, azijn en peper, of op een andere wijze passend bij de wens en de smaak van diegene die dit zal eten, zuiveren de buik van waterige en cholerische lichaamsvochten, zonder enig gevaar of pijn.’



Waar moet ik mijn rozen plukken?


Pluk je rozen alleen maar op veilige plekken. Dus niet langs drukke banen, niet langs fruitplantages waarop de boeren nogal eens spuiten en ook niet naast een fabriek met kwalijke uitlaatgassen.
Denk eraan dat je rozen niet mag besproeien tegen het ongedierte, als je ze culinair wil gebruiken. Echte gecultiveerde rozen zijn een zoete verblijfplaats van niet gewenste beestjes. Wilde rozen hebben er veel minder last van. Als er dan toch eens een luis op een bloemknop zit, kan je die best stukduwen op de knop. De geur van die arme stakkers schrikt de anderen af. Ik heb zelfs eens iemand horen zeggen dat ze de luizen in water spoelde, daarna de mixer erin zette en met dit papje haar rozen besproeide. Succes gegarandeerd, beweerde ze.

Waar vind ik meer Informatie over rozen?

Er zijn verschillende adressen waar je terecht kan voor Engelse-, klim- en oude rozen.

Je kan je aansluiten bij de Koninklijke Nationale Maatschappij De vrienden van de roos, Korte Aststraat 12, 9750 Huise-Zingem.

Je kan ook eens gaan kijken in Roseraie de la Vallee, Place Communale 6, 4690 Wonck (niet zo ver van Voeren), daar vind je showtuinen met 500 soorten rozen. Elke zaterdag en zondag van 10 tot 18 uur open. In de week kan je een afspraak maken. Tel: 0032-4-2866577

Surf ook eens naar www.danielschmitz-roses.com
www.lens-roses.com


Hoe maak ik rozenblaadjessiroop?

Pluk onbespoten blaadjes van eender welke roos. De oude Engelse geurrozen of wilde rozen zijn hiervoor het best.
Doe de blaadjes in een pot, boordevol. Als je een donkere kleur aan je siroop of jam wil geven, doe er dan klaproosblaadjes bij.
Doe er, per liter water, een geschilde citroen, in schijfjes gesneden, bij.
Giet er kokend water over tot alle blaadjes kopje onder zitten.
Laat 24 uur staan en doe dan alles door een neteldoek. Doe bij 1 liter vocht 0,5 kg suiker.
Kook even op en doe de siroop kokend heet in glazen bokaaltjes.
Draai het schroefdeksel erop en laat ze ondersteboven afkoelen.

Hoe maak ik rozenblaadjesjam?

Als je liever jam maakt, doe je er best een geleermiddel bij. Volg de instructies op de verpakking. De keuken ruikt ondertussen heerlijk naar rozenblaadjes. En de jam smaakt zo heerlijk dat je zeker potjes te kort zal hebben. Gebruik liever kleine potjes om je jam in te doen. Zeker voor de rozenblaadjessiroop is dat handig. Eens het bokaaltje open houdt de siroop nog maar 14 dagen, hooguit 3 weken.
Je kan de rest van de siroop in je ijsblokbakje invriezen. Telkens als je een rozendrankje wilt, duw je een ijsblokje uit het bakje. Je kan natuurlijk ook de diepgevroren siroopblokjes uitduwen in een plastic zak om ze zo in de diepvriezer te bewaren. Dan heb je niet zoveel bakjes nodig. Giet er droge witte wijn, spuitwater of jenever over en geniet met volle teugen van dit godinnendrankje.

Kan ik van rozenbottels ook een zoetzure bereiding maken?

Je kan er rozenbottelchutney van maken:

Was je rozenbottels (liefst hondsroos of eglantierbottels, die zijn steviger).
Doe de kroontjes en de steeltjes eraf.
Snij de rozenbottels in twee en haal de pitjes eruit. (Inderdaad er zijn plezanter dingen in het leven).
Was je pittenvrije stukjes goed af.
Zet ze net onder water en laat ze 10 minuutjes op een zacht vuurtje koken.
Giet het water af, maar kieper het niet weg.
Neem nu twee kopjes van dat vocht en doe er één kop witte wijnazijn bij.
Overgiet hiermee de wachtende rozenbottels en weeg alles.
Doe er dezelfde hoeveelheid suiker bij.
Laat het geheel weer aan de kook komen en laat zachtjes verdampen tot je de gewenste sapdikte krijgt. 15 minuutjes kan al voldoende zijn.

Tip
Je kan de ontpitte rozenbottels ook in de handel kopen. Dan zijn het meestal geen mooie helftjes die je op een blokje Belgische kaas kan steken samen met een blaadje munt of citroenmelisse. Maar als je een zoetzure saus wil maken, ga dan gerust je gang.

Hoe maak ik thee van rozenbottels en waarvoor is die goed?

Gecultiveerde rozen uit de tuin kan je niet gebruiken. Voor de thee heb ik het hier dus over wilde roosjes (zie soorten rozen).
In rozenbottels zitten heel wat vitamine C. Daarom drink ik zo graag van die heerlijke kopjes bottelthee. Ze helpen me sterk en stoer door de winter te komen. Ik pluk de bottels, was en droog ze in bijv. kartonnen botervlootjes. Dan plet ik ze en bewaar ik ze op een donkere plek.
Als je wilt, mag je eerst alle kerntjes eruit doen, maar dat hoeft niet.
Neem nu een theelepel van de kerntjes gemengd met wat haartjes en schilletjes, want veel meer is het niet.
Overgiet met een kop kokend water, laat 15 minuten trekken en geniet van je thee. Je moet de bottels echt wel pletten, anders lukt het niet om er thee van te maken. Droog de bottels en maak ze dan stuk in een keukenrobot.

Tip
Je kan de gekneusde rozenbottels ook kopen in een natuurwinkel of bij de apotheker. Je hebt daar zelfs de keuze. Met pitten of zonder. Om thee te maken hoeven de pitjes er echt niet uit.


Daniëlle Houbrechts | Startpagina